Vergroot je wereld

De specialisten van het Dienstencentrum

Ook leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, vinden bij MosaLira een passende plek. Liefst op een reguliere school, in het speciaal (basis)onderwijs als het nodig is. Leon Kik en Arn Tonk vertellen hoe ‘hun’ specialisten helpen bij passend onderwijs.

Alle leerlingen horen de kans te krijgen zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Scholen zorgen daarom voor extra ondersteuning als dat nodig is. Bijvoorbeeld in het geval van leer- of gedragsproblemen. De manier waarop die ondersteuning sinds 1 augustus 2014 geregeld is, heet ‘passend onderwijs’. Leerlingen krijgen zoveel mogelijk les op een reguliere basisschool. Zijn de vragen zo complex dat dat niet lukt? Dan worden leerlingen doorverwezen naar het speciaal onderwijs.

Eerstehulppost

Leon Kik en Arn Tonk zorgen met hun team voor de ondersteuning van school en leerlingen. Ze zijn allebei afkomstig uit het speciaal onderwijs. Sinds de start van passend onderwijs staan ze aan het roer van het Dienstencentrum: Leon als directeur, Arn als zijn ‘linker- én rechterhand’. Psychologen, orthopedagogen en experts op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag: alle MosaLira-specialisten met een ambulante rol werken vanuit het Dienstencentrum. De ambulante medewerkers houden zich bezig met uiteenlopende thema’s als het jonge kind, ernstige leerproblemen zoals dyslexie, of hoogbegaafdheid.

“Als het ergens dreigt vast te lopen, zetten wij er een specialist op”

Het Dienstencentrum werkt als een soort preventiepost. Leon: “Als het ergens dreigt vast te lopen, als het met een leerling of een klas niet goed gaat, zetten wij er een specialist op.” Daarnaast leert het Dienstencentrum scholen om de juiste ondersteuningsvraag te stellen. Dat klinkt makkelijker dan het is. Arn: “Wij bieden, zoals dat heet, ‘maatwerkexpertise’. Dat betekent goed kijken: wat is de vraag, wat wil een leerkracht of een school bereiken? Moeten er meer handjes in de klas, of willen mensen deskundiger worden?” Zo versterkt het Dienstencentrum, vanuit het vertrouwen in kind en leerkracht, het vakmanschap op school.

Sturen op het systeem

De expertise van het Dienstencentrum is breed: van NT2 tot het ontwikkelen en begeleiden van een passende taak- en werkhouding. Ondersteuning kán gericht zijn op de leerling. Maar meestal richten de specialisten zich met name op de leerkracht. Leon: “We proberen zoveel mogelijk op het systeem te sturen. De bedoeling is dat je het hele team sterker maakt. Bovendien: als je alleen op de leerling stuurt, zeg je eigenlijk dat daar het probleem ligt. Maar het ligt altijd aan de interactie tussen kind en leerkracht, of tussen kind en medeleerlingen. Daarom begeleiden we beide.”

“De bedoeling is dat je het hele team sterker maakt”

Neem een leerling met hoogbegaafdheid. “Als je de methodes strikt volgt, verveelt zo’n kind zich vaak stierlijk”, zegt Leon. “Je gaat compacten en verrijken.” Ofwel: sneller door de gewone lesstof en dan de diepte in. Arn vult aan: “Qua intensiteit is hoogbegaafdheid heel divers. Wij maken dan een combinatie van een specialist op dat vlak en iemand die ondersteunt op gedrag. Die zit meer op het niveau van klassenmanagement: wat kan er binnen de groep gebeuren?” In de begeleiding is dat moeilijk. Leon: “Daarom hebben we vier bovenschoolse plusgroepen. Leerlingen met hoogbegaafdheid die sociaal en/of emotioneel in de knel komen, krijgen één dagdeel per week les van specialisten.”

Rust in de klas

Voor de leerkracht is passend onderwijs geen gemakkelijke opgave. Neem het domein ‘Leren en ontwikkeling’. “De leerkracht moet van alle markten thuis zijn”, vertelt Arn. “De verschillen tussen kinderen zijn groot. Er zijn veel kinderen bij wie de ontwikkeling niet helemaal verloopt zoals je dat zou willen, maar die wel in het regulier onderwijs starten. Van leerkrachten vraagt dat goed te kunnen signaleren dat er iets speelt. Maar daar heb je, zeker als beginnende leerkracht, vaak niet de deskundigheid voor.” Daarnaast hebben leerkrachten binnen elke methode te maken met drie niveau’s, er zijn verschillen in de zelfstandigheid, de motivatie, aandacht en concentratie. “Dat is bijna een mission impossible.” 

Een tweede domein waarop het Dienstencentrum werkt is ‘Sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag’. Ook op dat gebied kunnen er allerlei dingen aan de hand zijn. Een autismespectrumstoornis of ADHD bijvoorbeeld. Arn: “Speelt er iets op dit vlak, dan proberen we met pedagogisch klassenmanagement een aanzet te geven tot voorspelbaarheid en structuur in tijd, ruimte en activiteiten.” Zo is er minder onrust in de klas en weten kinderen precies waar ze aan toe zijn.

Voor de domeinen ‘Medisch en fysiek’ en ‘Thuissituatie en opvoeding’ legt het Dienstencentrum de verbinding met externe specialisten. Zo springen de begeleiders van Adelante bij in het geval van medische fysieke problematiek, aangeboren of verworven. Vanuit de gedachte van een integrale aanpak worden er ‘Knooppunten’ georganiseerd. Hier schuiven behalve school ook ouders, jeugdgezondheidszorg en maatschappelijk werk altijd aan om de situatie voor het kind te verbeteren.

Van regulier naar speciaal

Elk jaar komen er zo’n 450 aanvragen binnen vanuit de scholen van MosaLira. Daarnaast kunnen ook andere schoolbesturen bij het Dienstencentrum aankloppen. Lukt het niet om een leerling in het regulier onderwijs genoeg ondersteuning te bieden, dan komt het speciaal (basis)onderwijs in beeld. Soms als een tijdelijke optie, maar meestal (nog) als een definitieve overstap.

“We werken met verschillende ondersteuningsniveaus”, legt Arn uit. “In niveau 1 en 2 doet een leerkracht het zelf, al dan niet met de hulp van een Intern Begeleider. Op niveau 3 zet de school, naast de Intern Begeleider, haar gedrags-, lees- of rekenspecialist in. Ook wordt de consultant (psycholoog of orthopedagoog) om raad gevraagd. Op niveau 4 zet je ambulante begeleiding in of neem je bijvoorbeeld een intelligentieonderzoek af, in niveau 5 zet je de stap naar het speciaal (basis)onderwijs.”

“Ook als je niet zo goed kunt rekenen, zijn er dingen waar je goed in bent”

Voor sommige kinderen is het speciaal onderwijs de beste oplossing. Maar er zijn er ook leerlingen die na een korte overstap terug zouden kunnen naar het regulier onderwijs. Toch hebben de meeste betrokkenen die optie vaak niet voor ogen. Ouders zien hun kinderen in het speciaal (basis)onderwijs vaak opbloeien. Ze hoeven niet meer op hun tenen te lopen en krijgen precies de ondersteuning die ze nodig hebben. En ook scholen zijn vaak zo blij dat een leerling eindelijk op zijn plek zijn, dat de weg terug weinig aandacht krijgt.

 

Elkaar accepteren

Toch gunnen Arn en Leon elk kind een plek in het regulier onderwijs. Maar daar is meer voor nodig dan goede ondersteuning. Leon: “Zoals het onderwijs in Nederland georganiseerd is, hebben sommige kinderen het speciaal (basis)onderwijs echt nodig.” Bij een werkbezoek aan Canada zag hij dat het ook anders kan. “Daar heb je alleen maar regulier onderwijs. Iedereen die we spraken zei: het ligt nooit aan het kind. Ze deden dat al 40 jaar zo, in het primair én het voortgezet onderwijs.”

Leon sprak er met een jongen in het voortgezet onderwijs die buddy was van een klasgenoot met een fysieke handicap. Die ging gewoon mee naar de bowlingbaan, ondanks zijn rolstoel en zijn fysieke beperking. ‘Hij kan dan wel niet bowlen, hij kan wel mee een pilsje drinken’, vond zijn buddy. “Hij hoorde er gewoon bij.”

Onze maatschappij kan er een voorbeeld aan nemen, vinden de mannen. “Wij zijn veel individualistischer”, zegt Leon. “Maar ik ben er een sterk voorstander van. Leren en ontwikkelen zouden geen reden mogen zijn voor een verwijzing naar het speciaal (basis)onderwijs. Ook als je niet zo goed kunt rekenen, zijn er dingen waar je goed in bent. Dat we elkaar daarin accepteren, dat zou mij wat waard zijn.”

Lees ook

Joan van Zomeren en Jean-Pierre Giesen zijn de ‘collega’s van bestuur’. Vanuit het Rijnlands gedachtegoed geven ze richting aan MosaLira. “Als je goed vertrouwen hebt, in vakmanschap en drive, ontstaat er heel veel ruimte.”

Leestijd 5 min.

Als op 16 maart de scholen sluiten, moeten 5.000 leerlingen en 650 personeelsleden thuis aan de slag. Voor het IT-team van MosaLira een enorme klus. “Die trein liep al, maar we gingen in één klap van boemeltrein naar TGV!”

Leestijd 5 min.

Vergroot je wereld